E-nummers en gezond eten

Over gezond eten wordt een hoop gezegd en E-nummers worden vaak besproken. Zoals eerder gezegd, ben ik geen diëtiste en dus ook geen expert. Ik spreek hier dan ook vanuit mijn eigen ervaringen. Ik wil graag gezond eten, weinig geraffineerde suikers binnen krijgen en eten op een duurzame manier. Een simpele oplossing hiervoor is zo min mogelijk bewerkt voedsel te kopen en eten, maar ja soms is kant-en-klaar eten heel makkelijk en lekker. Mij helpt het op zo’n moment om de afweging korte termijn (bewerkt eten) tegenover lange termijn (gezond eten) te zetten. Beide keuzes zijn dan goed zolang er maar bewust voor gekozen wordt.

Als ik bewerkt eten koop, wil ik graag dat dit zo gezond mogelijk is (natuurlijk met de nodige uitzonderingen en ‘cheat’ meals). Wat ik heb gemerkt is dat het lastig is om in te schatten welke E-nummers schadelijk zijn voor je gezondheid en welke dat niet zijn. Ook vind ik fabrikanten een beetje gemeen in deze zin, want als ze merken dat een E-nummer bestempeld wordt als ongezond of schadelijk gebruiken ze de normale naam in plaats van het E-nummer. Op deze manier kopen mensen het wel weer en is het ‘probleem’ voor hen opgelost. Dit terwijl de schadelijke stoffen er nog steeds in zitten.
Een goed voorbeeld hiervan is gistextract. Dit is een smaakversterker E-nummer E621, chemische naam mononatriumglutamaat. Deze smaakversterker heeft als doel om de smaakpapillen te stimuleren en je meer te laten eten dan je eigenlijk wilde.  In het boek ‘Excitotoxins: The Taste That Kills’ van Dr. Russell Blaylock legt hij uit hoe Aspartaam en Mononatriumglutamaat een ravage veroorzaakt in het lichaam. In veel landen is E621 een verboden stof in voedingsmiddelen mede dankzij het onderzoek van Dr. Russell Blaylock, behalve in Nederland. Dit vind ik gek. En ik vind het nog erger dat fabrikanten verschillende namen gebruiken voor hetzelfde schadelijke product om de consument zo een loer te draaien.
Een ander lastig voorbeeld vind ik in vleesvervangers. Het vervangen van vlees is heel goed voor het milieu en daarmee draag je bij aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen (jippie!), maar het is mij opgevallen dat in veel vleesvervangers het stofje carrageen zit. Dit lijkt op caroteen uit onder andere wortelen, maar niets is minder waar. Carrageen is E407, een verdikkingsmiddel en geleermiddel uit rood zeewier en studies hebben aangetoond dat dit additief bij proefdieren zweren in de dikke darm veroorzaakt, het immuunsysteem verzwakt en in te grote dosis de opname van essentiële mineralen vermindert. Deze stof is verboden in Engeland en mag in Europa niet meer aan babyvoeding toegevoegd worden. Gek toch? Je probeert dus het beste te doen door vleesvervangers te eten, maar krijgt daarbij wel schadelijke stoffen binnen.

Het is een hobby geworden om etiketten van voedingsstoffen te lezen en ik laat echt eten in de supermarkt liggen als er te veel stoffen toegevoegd zijn. Ook om te zorgen dat ik me niet een loer laat draaien zoals hierboven uitgelegd, heb ik een boekje aangeschaft, waarin overzichtelijk en kort uitgelegd wordt of een stofje schadelijk is of niet. Het boekje: ‘Wat zit er in uw eten?’ van Corinne Gouget en Will Jansen heeft een pocketformaat waardoor ik het gemakkelijk meeneem naar de winkel. Hierin zijn de additieve stoffen gecategoriseerd op oplopende E-nummers en kun je ook de normale naam vinden op alfabetische volgorde. Super overzichtelijk dus. Ook zijn de namen en nummers gekleurd; groen betekent dat ze over het algemeen als onschuldig worden gezien, oranje betekent dat er tegenstrijdige wetenschappelijke rapporten over bestaan en rood betekent dat meer dan ¾ van de internationale wetenschappelijke analyses aantonen dat het een giftig additief is.

Met dit boekje loop ik dus regelmatig door de supermarkt en onderzoek ik alle gekke namen en onbekende E-nummers. Ik laat me niet voor de gek houden door de fabrikanten en let tegelijkertijd op mijn gezondheid. Wat doe jij? Heb jij hier al eens over nagedacht of rekening mee gehouden? Wellicht vanaf nu wel!

Asperges!

Vanaf april is het aspergeseizoen weer begonnen. Dit witte goud is vooral in Limburg verkrijgbaar en een van mijn favoriete groente. Asperges zijn superlekker en gezond, passen bij ieder gerecht en zijn, door het jaar maar beperkt verkrijgbaar. Dit laatste vind ik echt leuk, want tijdens het aspergeseizoen eet ik deze veel, aan het einde van het seizoen ben ik er ook even klaar mee en kan ik er weer een jaar tegen aan.

Deze groente is een goed voorbeeld van een duurzame groente. Asperges zijn echt seizoengebonden groente en worden geoogst in mijn eigen omgeving. Er zijn dus niet veel stappen (voedselkilometers) tussen het oogsten en het bereiden in mijn eigen keuken. Daarnaast denk ik dat het met het oog op duurzaamheid goed is om überhaupt meer seizoensgebonden te eten. Het zorgt er namelijk voor dat we eten wat er op dit moment van nature beschikbaar is en we voorkomen daarmee dat groente en fruit in kassen wordt verbouwd waar veel energie voor nodig is om een bepaald klimaat na te bootsen. Ook hoeft ons voedsel niet met een vliegtuig of vrachtauto de wereld over om in Nederland in de winkel te liggen. Ik probeer zelf altijd de verpakking van groente en fruit te lezen. Als groente uit een ver land zoals Marokko of Afrika komt dan koop ik het liever niet want die voedselkilometers vind ik het voedsel niet waard. Spanje bijvoorbeeld kan daarentegen weer wel, want dit wordt naar Nederland vervoerd met een vrachtwagen. Dit stoot veel minder broeikasgassen uit dan een vliegtuig en is dus minder belastend voor het milieu.

Asperges zijn niet alleen heel lekker, maar ook supergezond. Ze bevatten weinig calorieen, maar relatief veel mineralen, ontgiftende antioxidanten en foliumzuur. Asperges hebben ook een zuiverende werking doordat het vochtafdrijvend werkt. Het helpt het lichaam te veel aan zout en vocht af te voeren,hetgeen gunstig is voor mensen met oedeem en een hoge bloeddruk. Ook helpt dit bij het wegspoelen van afvalstoffen in de nieren en kunnen nierstenen voorkomen worden. Doordat deze groente zowel veel vocht als vezels bevat, bevordert het een gezonde spijsvertering en heeft het een positieve werking op de weerstand en ontstekingen. De bovenstaande effecten en stoffen zitten in zowel witte als groente asperges. Groene asperges bevatten ook nog chlorofyl doordat bladgroen dit aanmaakt. Chlorofyl is een goede bron van magnesium en daardoor zijn groene asperges dus iets gezonder.

Wat kun je dan allemaal maken met asperges, vraag je je wellicht af?
Asperges worden vooral gekookt. Dit wordt standaard gegeten met een gekookt eitje, nootmuskaat en wellicht wat ham. Ik vind gekookte asperges eigenlijk overal lekker bij. Ook vind ik gegrilde groene asperges heel lekker door een salade of een curry-achtig recept. En omdat ik nogal een fan ben van soepen vind ik aspergesoep helemaal een topper. Van het standaard / ouderwetse aspergesoep gerecht word ik echt al heel blij. Dit is niets anders dan asperges gekookt in bouillion en gebonden met een roux. Maak de soep af met nootmuskaat en wellicht wat peterselie en klaar is kees! Simpel, standaard maar heel lekker als je het mij vraagt.

Bronnen:
https://www.ahealthylife.nl/10-bewezen-gezondheidsvoordelen-asperges/
https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/101203-de-geneeskracht-van-asperges.html